Netherlands

Welkom

Zogenaamde hogere NDT scores zijn een winstpunt bij intelligentiemeting voor PrO en LWOO

Zogenaamde hogere NDT scores zijn een winstpunt bij intelligentiemeting voor PrO en LWOO
7 dec. 2011

Al een aantal jaren doen er verhalen de ronde binnen het onderwijsveld dat de NDT te ‘hoge’ IQ-scores zou geven en dus niet zo’n goede maat voor schooladvies en schoolloopbaan zou zijn. Op basis van verschillende objectieve bronnen, willen wij laten zien dat dit niet het geval is.

Wij ontvingen van een klant data, waaruit het volgende bleek:

In het schooljaar 2005-2006 is een groep van ongeveer 1700 leerlingen getest, waarbij het gemiddelde NDT-IQ 88.5 was en het gemiddelde NIO-IQ 85.3. Een verschil van 3.2 punten. Het jaar daarna wilden wij wat dieper ingaan op de verschillen tussen de NIO en NDT scores. Daarom werden er in het schooljaar 2006-2007 1651 leerlingen getest, waarbij bij een deel van de leerlingen de NDT en bij een deel van de leerlingen de NIO ingezet werden. Het gemiddelde NDT-IQ van de groep (N=329) was 86.5, het gemiddelde NIO-IQ (N=1322) 83.6. Dit is een verschil van 2.9 punten. 

Het hoogste NDT-IQ was 118, het laagste 58. Het hoogste NIO-IQ was 117, het laagste 57. Het bereik van beide testseries was dus, zoals verwacht, hetzelfde.

Bekijken we de score-ranges, die van belang zijn voor de LWOO-beschikking. Dan komen we op het volgende: in de NDT-afnamegroep behaalden van de 329 leerlingen 113 leerlingen een IQ hoger dan 90 (34%). Bij de NIO kwamen van de 1322 leerlingen 279 leerlingen uit boven de 90 (21%). Er is hier overigens niet geheel aselect een afname met de NDT of met de NIO aan leerlingen toegewezen. Gemiddeld wordt er hier dus 3 IQ-punten hoger gescoord met de NDT dan met de NIO. Dit verschil valt ruim binnen het wetenschappelijk gebruikelijke betrouwbaarheidsinterval, wat bij de NDT tussen de 4 en 10 punten aan beide zijde van de IQ-score omvat. Wel zien we dat in dit geval ongeveer 13% van de leerlingen hierdoor net in een andere categorie van het RVC-systeem valt, waardoor extra onderzoek naar de sociaal-emotionele problematiek moet worden gedaan. Dit extra onderzoek levert meer relevante gegevens over de leerlingen op, op basis waarvan een weloverwogen keuze voor vervolgonderwijs kan worden gemaakt.

De RVC doet elk jaar op basis van alle aanvragen die zij binnenkrijgen voor het PrO en LWOO een database analyse (de Greef & van der Geest, 2010 en 2011). Hierin wordt o.a. een vergelijking gemaakt tussen de gebruikte intelligentietests. Uit de database-analyse van het schooljaar 2008-2009 blijkt dat leerlingen met de NDT ten opzichte van de overige instrumenten die gebruikt worden in het kader van indicatiestelling, in het PrO gemiddeld 2.1 punten hoger scoren. Leerlingen die naar het LWOO gaan scoren gemiddeld 1.9 punten meer. Uit de database-analyses van het jaar daarna 2009-2010, blijken deze verschillen respectievelijk 2.5 punten hoger voor PrO en 1.5 punten hoger voor LWOO.

Uit deze laatste database-analyse blijkt dat de IQ-scores van de NDT, SON-r 5½-17 en WISC-III-NL minder hoog correleren met leerprestaties dan de overig gebruikte intelligentietest. Deze drie intelligentietests hebben dus de grootste onafhankelijkheid van schoolprestaties. Dit lijkt op het eerste gezicht een wat negatieve bevinding, maar kan juist ook het belang van zowel een intelligentiemeting als leerresultaat meting onderstrepen. Juist bij deze kinderen komt er niet altijd uit wat er in zit en is er dus niet altijd een hoge correlatie tussen vaardigheden en gebleken prestaties. Deze verschillen kunnen mogelijk verklaard worden door sociaal-emotionele problematiek. De NDT sluit zich qua scores ook het best aan bij individuele intelligentietests, zoals de WISC-III-NL. Dit kan alleen maar positief te noemen zijn, omdat individuele tests in de onderhavige gevallen veelal betrouwbaarder meten. De RVC beveelt bijvoorbeeld ook specifiek individuele tests aan bij leesproblemen en taalachterstand van kinderen.

Daarnaast heeft HCO onderzoek gedaan naar de correlaties tussen de NDT en de SON 5½ -17 met een kleine steekproef van 36 leerlingen (Ufkes & Reniers, 2011). Dit waren allen neveninstromers; leerlingen tussen de anderhalf en drie jaar Nederlands onderwijs volgen en waarvan verwacht wordt dat ze naar het LWOO of PrO zullen uitstromen. Hieruit bleek het totaal NDT-IQ 0.72 te correleren met het standaard IQ van de SON-R 5½ -17. Het redeneervermogen van de NDT correleert 0.73 met het SON-IQ. Het standaard IQ van de SON correleerde 0.53 met het verbaal vermogen van de NDT. Dit is acceptabel gezien het non-verbale karakter van de SON. Het Ruimtelijk inzicht van de NDT en het standaard SON-IQ correleerden 0.80. Hieruit blijkt de uitstekende samenhang met een ander intelligentie instrument dat hetzelfde pretendeert te meten en wordt de begripsvaliditeit van de NDT dus ruim ondersteund.

Onze conclusie luidt dat de NDT in vergelijking tot NIO en andere intelligentietests slechts 1.5 tot 3 punten hoger scoort, wat slechts 1/10 tot 1/5 van een standaarddeviatie is en dus nog ruim binnen het betrouwbaarheidsinterval valt. De reden dat scholen dit soms als negatief ervaren is dat als een leerling net boven een IQ van 90 uitkomt, er onderzoek naar sociaal-emotionele problematiek moet worden gedaan. In principe is dit de meeste faire diagnostiek, want dankzij dat onderzoek komen er ook persoonlijkheidseigenschappen naar voren die een ontvangende school zou moeten weten. Ook geeft dit dan een eerlijker beeld van de potentie van de leerling. Ook blijkt de NDT als enige klassikale intelligentietest meer op 1 lijn te zitten met de individuele intelligentietests, zoals de WISC-III-NL. Tevens zijn de resultaten meer onafhankelijk van schoolresultaten en dus heeft de meting echt een toegevoegde waarde. Al met al blijkt de NDT een gedegen, goed gevalideerd en genormeerd instrument te zijn om bij alle groepen leerlingen een klassikale IQ-meting te doen.

Joëlle Dek; Product Developer Educational Psychology
Margreet Kerkmeer; Psychometrician
Willem van Hoorn; auteur NDT

Referenties:

de Greef, E. & Geest, van der, T. (2011). Analyses RVC-VO database Certificeringscommissie. Gehaald van http://www.rvc-vo.nl/files/Analyses%20RVC-VO%20database%201-10-2009%20tot%201-10-2010.doc november 2011.

de Greef, E. & Geest, van der, T. (2010). Analyses RVC-VO database Certificeringscommissie. Gehaald van http://www.rvc-vo.nl/files/Analyses_RVC-VO_database_1-10-2008_tot_1-10-2009.doc  november 2011.

Staatscourant (2011). Regeling van de Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap van 6 augustus 2011, nr. VO/OK/314402, houdende de vaststelling van de screenings- en testinstrumenten ten behoeve van de indicatiestelling voor leerwegondersteunend onderwijs (LWOO) en praktijkonderwijs (PrO) voor het schooljaar 2012-2013 (Regeling screenings- en testinstrumenten LWOO en PrO schooljaar 2012-2013). Gehaald van http://www.rvc-vo.nl/files/Lijst%20Screenings-%20en%20Testinstrumenten%202011-2012.pdf november 2011.

Ufkes, D. & Reniers, A. (2011). Correlaties tussen de SON-R 5 1/2 -17 verkort en de NDT IQ-gedeelte. HCO: den Haag.